Speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

Bij het praten over speciale zorg is het goed om een onderscheid te maken tussen de diverse proble-men die kunnen ontstaan, zoals:

  • Leerproblemen. (het kind kan de aangeboden leerstof niet aan, of de stof is te gemakkelijk)
  • Lichamelijke problemen.
  • Sociaal-emotionele problemen. (bijv. gedragsproblemen)

De school heeft als doel leer- en/of ontwikkelingsproblemen zo vroeg mogelijk te signaleren en te diagnosticeren.
Een probleem kan gesignaleerd worden door de leerkracht of door middel van het leerlingvolg-systeem.

 Nadat de school alle bij punt 4.2 beschreven acties al geprobeerd heeft en het kind onvoldoende baat heeft bij de extra hulp en handelingsplannen, kan de school de leerling aanmelden bij WSNS (Weer Samen Naar School) voor verdere deskundige hulp en/of onderzoek.

De school moet dan wel aantonen dat er alles aan gedaan is het kind te helpen. Voor deze aanvraag wordt toestemming gevraagd aan de ouders. De test wordt op school uitgevoerd door de psycholoog van WSNS. Hieruit kunnen tips aan de school gegeven worden om de leerling beter te kunnen helpen met een nieuw handelingsplan. Ook kan er ambulante begeleiding volgen om de leerkracht op school te ondersteunen om het kind zo goed mogelijk te begeleiden. Uit het onderzoek kan ook een SBO advies of een SO advies volgen. SO staat voor Speciaal Onderwijs.Dit houdt in dat het reguliere basisonderwijs voor het kind niet voldoet en een school voor speciaal(basis-)onderwijs wordt aanbevolen. We adviseren ouders altijd het advies van de deskundigen op te volgen.

Bij een eventuele verwijzing naar het speciaal onderwijs begeleidt de school de ouders.

De Permanente Commissie Leerlingzorg (de PCL) besluit uiteindelijk over een eventuele verwijzing naar het speciaal onderwijs.

In het zorgplan van het samenwerkingsverband is de procedure duidelijk weergegeven. Op school ligt dit plan ter inzage.

Bij signalering van lichamelijke problemen door de school wordt de schoolarts ingeschakeld. De school zal de ouders hiervan in kennis stellen. De ouders kunnen dan via de school of rechtstreeks een beroep doen op de schoolarts.

Voor leerlingen met problemen is samenwerking tussen ouders en de school een noodzaak. Gedragsproblemen bijvoorbeeld, zijn niet op te lossen wanneer ouders en leerkrachten niet op één lijn zitten.

Op onze school komt zittenblijven af en toe nog voor. Verlenging van de kleuterperiode is soms wenselijk, indien het een zeer jonge leerling betreft die er congnitief en/of sociaal-emotioneel nog niet aan toe is om naar groep 3 te gaan. De school gebruikt voor kleuterovergang een protocol: het herfstprotocol, welke in te zien is op school.

Een groep overslaan komt alleen in uitzonderlijke gevallen voor. Het kind moet daar sociaal-emotioneel aan toe zijn.