Plaatsingbeleid voor leerlingen met leerlinggebonden financiering


Wet op de Expertise-Centra:

Per 1 augustus 2003 is de Wet op de Expertise-Centra (WEC) ingevoerd. Deze wet is tot stand
gekomen met als achterliggende doelstelling het bevorderen van emancipatie en integratie van gehandicapte kinderen en jongeren.

Van oudsher is het onderwijs aan gehandicapte kinderen georganiseerd in aparte speciale scholen. Steeds meer ouders wensen echter dat hun gehandicapte kind zoveel mogelijk in een normale omgeving opgroeit en in het verlengde daarvan ook in de thuisomgeving naar een een gewone school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs kan gaan.

Omdat het reguliere basisonderwijs maar beperkte mogelijkheden heeft om deze kinderen en jongeren op te vangen, is door de toenmalige staatssecretaris Netelenbos het beleidsplan “Rugzak”, een beleidsplan voor het onderwijs aan kinderen met een handicap, opgesteld. Dit houdt in dat, indien vastgesteld wordt dat de gehandicapte leerling behoort tot één van de hieronder omschreven clusters, de leerling extra middelen krijgt waarmee hij/zij in elke schoolsoort geplaatst kan worden. De ouders van de leerling verkrijgen hiermee keuzevrijheid tussen het reguliere en het speciale onderwijs.

De “Rugzak” is synoniem geworden voor het bekostigingsvoorstel “de leerlinggebonden financiering” (LGF)

Regionale Expertise-Centra:

Bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet op de Expertise-Centra zijn de scholen voor speciaal onderwijs ingedeeld in Regionale Expertise-Centra (REC’s).

Deze REC’s zijn verdeeld in vier clusters:

Cluster 1: scholen voor leerlingen met een visuele handicap (slechtziende en blinde kinderen).

Cluster 2: scholen voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve handicap (dove, slechtho-rende en ernstig spraak/taalgestoorde kinderen.

Cluster 3: scholen voor kinderen met een geestelijke en/of lichamelijke handicap (myltyl, tyltyl, lang-durig zieke kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen).

Cluster 4: scholen voor kinderen met ernstige gedragsproblemen of met kinderpsychiatrische proble-men (zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen met een forse emotione-le dan wel kinderpsychiatrische problematiek).

De REC’s moeten zorg dragen voor de volgende taken en functies:

-       verzorgen van onderwijs aan leerlingen wier ouders kiezen voor een gespecialiseerde school;

-       verzorgen van ambulante begeleiding aan leerlingen en leerkrachten in het regulier basisonderwijs;

-       verzorgen van dianostiek ter formulering van de hulpvraag en opstelling van een handelingsplan;

-       geven van collegiale consultatie: advisering en ondersteuning in de regio;

-       expertiseontwikkeling: verzorgen van cursussen;

-       leerlingendepot: uitlenen van specifieke materialen en leermiddelen.

Uitgangspunten, grenzen aan zorg en afspraken m.b.t. plaatsing:

Zoals uit het voorgaande blijkt, hebben ook de basisscholen een uitdagende maar niet eenvoudige taak. Ouders met een gehandicapt kind kunnen ervoor kiezen hun kind aan te melden bij een reguliere basisschool. Die school zal dan moeten bekijken of zij hiervoor mogelijkheden ziet.

Onze uitgangspunten:

-    In principe zijn alle kinderen welkom, die behoren tot het normale voedingsgebied van onze
     school.

-    Bij de aanmelding wordt bekeken of verwacht mag worden dat het team de gehandicapte leerling 
     kan begeleiden, zonder dat deze leerling en/of andere leerlingen daardoor tekort komen.

-    Plaatsing van kinderen met extra zorg en aandacht hangt af van de mogelijkheden die er op school
     zijn. De school hanteert hierbij een intake-instrument dat ontwikkeld is om te kunnen bepalen in
     hoeverre de school is toegerust voor de opvang van deze kinderen (zie schoolplan). Leerlingen
     met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerlingbegeleiding.

-    De school accepteert dat leerlingen niet allemaal op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren.
     Bij het kiezen van leerinhouden en doelen gaan wij uit van verschillen. Daarbij speelt ook het
     vermogen van de leerkrachten, om met deze verschillen om te gaan, een rol.


Grenzen aan de zorg:

-       Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor de gehandicapte leerling nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Een verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs is in de toekomst niet uitgesloten.

-       De school, als ook de individuele leerkracht, heeft het recht om gemotiveerd aan te geven dat de grenzen van de mogelijkheden van de zorg aan een specifiek kind zijn bereikt.

-       Ook de ouders hebben het recht om vanuit hun gezichtspunt en belangen tot de conclusie te komen dat de grenzen aan de zorg voor hun kind op school zijn bereikt.

-       Dit element zal tijdens voorgangsbesprekingen met betrekking tot het kind steeds aan de orde komen. De frequentie daarvan is afhankelijk van de aard en de ernst van de handicap.

-       Bij het zoeken naar andere mogelijkheden worden de ouders geholpen en begeleid door onderwijsconsulenten.

Afspraken m.b.t. de plaatsing:

-       Het aanmeldingsformulier is naar waarheid ingevuld.

-       De ouders en de leerkracht(en) voorzien elkaar van eerlijke informatie.

-       De leerkracht, waarbij het kind wordt geplaatst, zal extra tijd moeten steken in zaken als bijscholing en contacten met ouders en andere instanties. Al deze punten betekenen een taakverzwaring voor de leerkracht.

-       De leerkracht krijgt extra steun en begeleiding van mensen binnen de schoolorganisatie. De IB'er draagt hiervoor de verantwoordelijkheid.

-       De extra informatie en middelen (“Rugzak”), die door het Rijk aan de school ter beschikking worden gesteld, zullen zoveel mogelijk voor dit kind, de betreffende leerkracht en/of interne bege-leiding worden ingezet.

-       De ouders verlenen hun volledige medewerking en springen thuis en/of op school bij in de begeleiding (uiteraard in overeenstemming met hun mogelijkheden).

-       De interne begeleidster is zoveel mogelijk betrokken bij de voorgangsbesprekingen en het overleg tussen de ouders en de school.

-       Alle afspraken tussen ouders en school met betrekking tot de begeleiding van het kind worden vastgelegd in een begeleidingscontract.