Plaatsingsbeleid voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften

Passend Onderwijs

Passend onderwijs is een beleidsverandering, die uitgaat van het Ministerie van OCW. Het gaat erom dat alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen op school.  Het nieuwe stelsel moet zo goed mogelijk onderwijs bieden aan kinderen die extra begeleiding nodig hebben.

Het uitgangspunt van Passend Onderwijs is de verantwoordelijkheid van schoolbesturen om voor elke leerling een passend onderwijsaanbod te realiseren.

PPO Rotterdam is een samenwerkingsverband van 21 schoolbesturen. Als een school niet kan voorzien in de behoeften van het kind, dan wordt in overleg met de ouders uitgezocht welke school binnen het samenwerkingsverband dat wel kan. Een passend onderwijsaanbod houdt dus in dat onderwijs en ondersteuning moet aansluiten op de behoeften van het kind. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van het personeel en de wensen van de ouders.

Passend onderwijs betekent niet dat alle leerlingen naar een reguliere basisschool moeten. Per kind wordt gekeken waar het onderwijsaanbod het best passend is. Het regionale netwerk van scholen moet een dekkend onderwijsaanbod hebben, waarin alle zorg geleverd kan worden. Zo'n netwerk bestaat uit reguliere basisscholen, speciaal onderwijs en flexibele tussenvormen. Een voorbeeld van zo'n tussenvorm is een speciale klas in een reguliere school.

Scholen kunnen zich specialiseren en gezamenlijk afspraken maken wie welke kinderen het beste kan opvangen. Als een school geen passend onderwijs heeft voor een kind, kan zo'n leerling terecht op een andere school binnen het verband. In het samenwerkingsverband hebben de scholen voor speciaal (basis)onderwijs de rol van expertisecentrum. Zij kunnen leerlingen opvangen die intensieve zorg nodig hebben of ambulante begeleiding aanbieden aan de reguliere basisscholen. Bij Passend Onderwijs gaat het budget naar de samenwerkende scholen.

Scholen bieden basisondersteuning:

Scholen moeten in ieder geval de basisondersteuning bieden. Dit is de ondersteuning die alle scholen in een regio bieden. Bijvoorbeeld hulp voor leerlingen met dyslexie.

Scholen bieden extra begeleiding:

Naast de basisondersteuning bieden sommige scholen extra begeleiding aan leerlingen. Bijvoorbeeld aan leerlingen met een gedragsstoornis. 

Regionale Expertise-Centra:

Bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet op de Expertise-Centra zijn de scholen voor speciaal onderwijs ingedeeld in Regionale Expertise-Centra (REC’s).

Deze REC’s zijn verdeeld in vier clusters:

Cluster 1: scholen voor leerlingen met een visuele handicap (slechtziende en blinde kinderen).

Cluster 2: scholen voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve handicap (dove, slechthorende en ernstig spraak/taalgestoorde kinderen.

Cluster 3: scholen voor kinderen met een geestelijke en/of lichamelijke handicap (mytyl, tyltyl, langdurig zieke kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen).

Cluster 4: scholen voor kinderen met ernstige gedragsproblemen of met kinderpsychiatrische problemen (zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen met een forse emotione-le dan wel kinderpsychiatrische problematiek).

Uitgangspunten, grenzen aan zorg en afspraken m.b.t. plaatsing:

Zoals uit het voorgaande blijkt, hebben ook de basisscholen een uitdagende maar niet eenvoudige taak. Ouders met een kind met speciale onderwijsbehoefte kunnen ervoor kiezen hun kind aan te melden bij een reguliere basisschool. Die school zal dan moeten bekijken of zij hiervoor mogelijkheden ziet.

Onze uitgangspunten:

-    In principe zijn alle kinderen welkom, die behoren tot het normale voedingsgebied van onze school.

-    Bij de aanmelding wordt bekeken of verwacht mag worden dat het team de gehandicapte leerling kan begeleiden, zonder dat deze leerling en/of andere leerlingen daardoor tekort komen.

-    Plaatsing van kinderen met extra zorg en aandacht hangt af van de mogelijkheden die er op school zijn. De school hanteert hierbij een intake-instrument dat ontwikkeld is om te kunnen bepalen in hoeverre de school is toegerust voor de opvang van deze kinderen (zie schoolplan). Leerlingen met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerlingbegeleiding.

-    De school accepteert dat leerlingen niet allemaal op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren. Bij het kiezen van leerinhouden en doelen gaan wij uit van verschillen. Daarbij speelt ook het vermogen van de leerkrachten, om met deze verschillen om te gaan, een rol.

Grenzen aan de zorg:

-       Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor de betreffende leerling nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Een verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs is in de toekomst niet uitgesloten.

-       De school, als ook de individuele leerkracht, heeft het recht om gemotiveerd aan te geven dat de grenzen van de mogelijkheden van de zorg aan een specifiek kind zijn bereikt.

-       Ook de ouders hebben het recht om vanuit hun gezichtspunt en belangen tot de conclusie te komen dat de grenzen aan de zorg voor hun kind op school zijn bereikt.

-       Dit element zal tijdens voorgangsbesprekingen met betrekking tot het kind steeds aan de orde komen. De frequentie daarvan is afhankelijk van de aard en de ernst van de handicap.

-       Bij het zoeken naar andere mogelijkheden worden de ouders geholpen en begeleid door onderwijsconsulenten.

Afspraken m.b.t. de plaatsing:

-       Het aanmeldingsformulier is naar waarheid ingevuld.

-       De ouders en de leerkracht(en) voorzien elkaar van eerlijke informatie.

-       De leerkracht, waarbij het kind wordt geplaatst, zal extra tijd moeten steken in zaken als bijscholing en contacten met ouders en andere instanties. Al deze punten betekenen een taakverzwaring voor de leerkracht.

-       De leerkracht krijgt extra steun en begeleiding van mensen binnen de schoolorganisatie. De IB'er draagt hiervoor de verantwoordelijkheid.

-       De extra informatie en middelen, die aan de school ter beschikking worden gesteld, zullen zoveel mogelijk voor dit kind, de betreffende leerkracht en/of interne begeleiding worden ingezet.

-       De ouders verlenen hun volledige medewerking en springen thuis en/of op school bij in de begeleiding (uiteraard in overeenstemming met hun mogelijkheden).

-       De interne begeleidster is zoveel mogelijk betrokken bij de voortgangsbesprekingen en het overleg tussen de ouders en de school.

-       Alle afspraken tussen ouders en school met betrekking tot de begeleiding van het kind worden vastgelegd in een begeleidingscontract.