Methodes groepen 3 - 8

Aanvankelijk/technisch lezen:
De school gebruikt in groep 3 de methode “Veilig leren lezen”, om te leren lezen. Het is een gerenommeerde methode die op veel scholen gebruikt wordt en met succes! Kinderen leren al snel woordjes lezen op een plezierige manier, waarbij samenwerking een rol speelt.

Bij technisch lezen gaat het om het kunnen lezen van woordjes en zinnetjes, aan het eind van groep 3 komt daar ook al wat begrijpend lezen bij.

De groepen 4 t/m 8 werken vanaf schooljaar 2011-2012 met een nieuwe methode voor technisch lezen: “Estafette nieuw”. Deze methode sluit aan bij de nieuwe indeling van de AVI niveau’s en de kinderen werken hierbij in groepjes.

Taal en Spelling:
Sinds 2009 werken de groepen 4 t/m 8 met de methodes “Taal in beeld” en “Spelling in beeld”.

Rekenen:
De groepen 3 t/m 8 werken vanaf schooljaar 2012-2013 met de nieuwe methode “Wereld in getallen”(WIG). Dit is een moderne rekenmethode die veelal uitgaat van rekenen in het dagelijks leven. Dit wordt realistisch rekenen genoemd. De methode voldoet aan alle kerndoelen, sluit aan op de tussendoelen uit TAL en de Citotoetsen.Tevens wordt er gebruik gemaakt van de doorlopende leerlijnen uit het rapport van Meijerink. WIG biedt evenwichtig rekenen: verwerven van inzichten en oefenen van vaardigheden.Er is veel aandacht voor oefenen, herhalen en verrijking.

Schrijven:
Alle groepen gebruiken de methode “Handschrift”. Deze methode besteedt al in de beginfase, als de kinderen 4 à 5 jaar oud zijn, aandacht aan de zithouding, schrijfhouding en pengreep.

Aardrijkskunde:
Vanaf groep 5 werken de kinderen uit “Wijzer door de wereld. Het is een actuele en eigentijdse aardrijkskunde methode welke mogelijkheden biedt voor tempo verschillen onder kinderen en niveauver-schillen. De teksten sluiten goed aan bij het leesniveau.

Vanaf groep 5 leren de kinderen aardrijkskundige begrippen, groep 6 werkt over de regio’s in Nederland en komt ons eigen land aan bod.
Groep 7 werkt over Europa en in groep 8 worden de overige werelddelen behandeld.

Geschiedenis: De groepen 5 t/m 8 gebruiken de methode “Wijzer door de tijd” .

Sociaal-emotionele ontwikkeling:
Ook voor de scoiaal-emotionele ontwikkeling werkt de school met een methode en wel met “Leefstijl”. Hierbij staan 3 basisbehoeften centraal, nl.:
-    Je veilig en aanvaard voelen
-    Zelfvertrouwen hebben
-    Zelfstandig zijn en het nemen van verantwoordelijkheid.

Natuur en Milieu educatie:
In de methode “Natuurlijk” is er veel aandacht voor leren in de praktijk.
Het principe leren door doen, staat centraal. De methode onderscheidt de levende van de niet levende natuur. Met dit laatste wordt bedoeld: de werking van fietsverlichting, wisseling van de seizoenen, bouwen van een robot etc.

Verkeer:
“Wijzer op weg”. is een methode die stimuleert dat de kinderen kennis, inzicht en vaardigheden verwerven als deelnemer aan het verkeer. Naast het aanleren van de verkeersregels en borden besteedt de methode aandacht aan het juiste verkeersgedrag.
Groep 7 doet mee aan het theoretisch verkeersexamen en in groep 8 gaan de kinderen een prakti-sche toets maken in de verkeerstuin in Plaswijckpark.

Engels:
De Groepen 3 en 4 werken met Ipockets.

De groepen 5 t/m 8 werken met de methode Discovery Island.

Handvaardigheid / tekenen:
Deze vakken worden 1x per week gegeven door de eigen leerkracht.

ICT lessen: Iedere week krijgen de kinderen ICT les van de leerkracht in de ICT ruimte.

Muziek: “Muziek in de basisschool” is de methode die gebruikt wordt voor de muzieklessen.

Bewegingsonderwijs en zwemmen:

De groepen 3, 4,7 en 8 krijgen 3x per week een uur gymles in de naast de school gelegen gymzaal.
Deze lessen worden verzorgd door een vakleerkracht van Lekker Fit.  De groepen 6 krijgen in de eerste helft van het schooljaar 2x per week gym en gaan 1x per week zwemmen. De groepen 5 krijgen in de tweede helft van het schooljaar 2 x gym en 1x keer zwemmen.

Taakspel:

Op CBS Beatrix spelen we "Taakspel" om het gedrag van kinderen op een positieve manier te beïnvloeden. Alle leerkrachten van de groepen 3 t/m 8 zijn gecertificeerd of zijn met de Taakspelcursus bezig. Juffrouw Sengkerij is tevens gecertificeerd om leerkrachten het spel en de achterliggende gedragstherapeutische aspecten aan te leren.
Taakspel is een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) erkend anti-pestprogramma.
 
Korte inhoud van Taakspel

Taakspel maakt gebruik van de positieve controle op gedrag waarbij het gewenste gedrag direct en veel aandacht krijgt en het ongewenste gedrag zoveel mogelijk wordt genegeerd. Om de omschakeling van een negatieve naar een positieve controle op gedrag mogelijk te maken is Taakspel bedacht. Taakspel wordt gespeeld tijdens de gewone lessen (bijvoorbeeld bij rekenen, taal of geschiedenis). Voor iedere onderwijssituatie bedenken de leerlingen en leerkrachten positieve regels die gewenst gedrag omschrijven. De leerlingen houden zich gedurende de afgesproken tijd aan de drie afgesproken regels.

Voorbeelden van de regels:

  • Je zit recht op je stoel met je voeten op de grond.
  • Je bent met je taak bezig.
  • Je bent stil.
  • Je zorgt ervoor dat alle kinderen kunnen werken.
  • Je vraagt of je iets mag lenen.

De leerkracht geeft hiervoor veel complimenten. Maar omdat iedereen zich wel eens vergist zijn er kaarten in het spel. Wanneer een leerling een afgesproken regel overtreedt, pakt de leerkracht een kaart weg. De leerkracht negeert verder het regelovertredend gedrag. De leerlingen zitten in teams bij elkaar en mogen elkaar helpen zich aan de regels te houden. Wanneer de teams kaarten overhouden, hebben ze gewonnen. Ze krijgen dan een beloning die ze zelf bedacht hebben. De leerlingen kunnen sparen voor een grotere beloning door op een poster een kruisje te zetten of stickers te plakken. Het spel wordt maximaal drie keer per week gespeeld. De tijd om het taakspel te spelen wordt geleidelijk aan uitgebreid van 10 minuten naar 45 minuten naar een dag.

 Achtergrond van het Taakspel

 Het Taakspel maakt gebruik van verschillende gedragsbeïnvloedende technieken die gebaseerd zijn op de leertheorie. De belangrijkste elementen uit de leertheorie voor het Taakspel zijn: gedragsinstructie (vertellen welk gedrag gewenst is), modelleren (leerlingen leren van elkaar en de leerkracht), positieve bekrachtiging van gewenst gedrag (complimenteren), afzwakken van ongewenst gedrag (het wegnemen van een gekregen kaart), uitdoven van ongewenst gedrag (door negeren).

De opbouw van het Taakspel

Het Taakspel wordt in drie fasen van ongeveer 4 maanden ingevoerd.

  • De 1e fase is de invoeringsfase: hoe moet het Taakspel gespeeld worden.
  • De 2e fase is de uitbreidingsfase: het spelen van het Taakspel in andere klassensituaties.
  • De 3e fase is de generalisatiefase: hetzelfde effect bereiken zonder het Taakspel.