De identiteit

Wanneer wij ons richten op de uitgangspunten van de school kunnen we daarbij drie aspecten onderscheiden:
1.  De levensbeschouwelijke identiteit
2.  De pedagogische identiteit
3.  De onderwijsinhoudelijke identiteit

1.  De levensbeschouwelijke identiteit

 Vanuit het christelijk geloof, met respect voor andere geloven, bieden wij een veilige basis voor de kinderen, waardoor zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien. De veilige basis wordt gevormd door de volgende kernwaarden: liefde, respect, eerlijkheid, veiligheid, structuur, plezier en waardering.
Wat behouden we:  Bidden (ochtend, lunch en afsluiten) door middel van een gezongen of gesproken gebed in een respectvolle houding.

-         Trefwoord.

-         Christelijke vieringen met respect voor andere geloven.

-         Leefstijl minstens één keer per week.

-         Zingen minstens één keer per week.

-         Aandacht voor het kind: ontvangst bij de deur door hand geven en aankijken, gesprekjes voeren, burgerschap.

-         Aandacht voor de ouder: respect voor de achtergrond van ouders. Ouders worden bij de hoofdingangen begroet door de directie. 

2.  De pedagogische identiteit
De opvoeding is een primaire verantwoordelijkheid van de ouders. De school dient daarop in te spelen en hecht veel waarde aan de driehoek kind-ouders-team. Er wordt naar een goed overleg tussen kind,ouder en team gestreefd. Dit vinden wij belangrijk om een goede basis te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het kind. Het kind moet zich vooral thuis en veilig voelen op onze school.
Voor de bevordering van de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind wordt gebruik gemaakt van een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling: 'Leefstijl'. Ouders moeten zich kunnen vinden in de regels en de manier van onderwijs geven op onze school.

3.  De onderwijsinhoudelijke identiteit
Ten aanzien van ons onderwijs willen wij de lat hoog leggen. Dit betekent voor ons als school het volgende:

  • Wij willen het maximaal haalbare uit het kind halen. Dit betekent dat het beleid duidelijk gericht moet zijn op het omgaan met verschillen. Hiervoor maken wij gebruik van toetsresultaten om een groepsplan te kunnen opstellen waarbinnen met drie aanpakken gewerkt wordt. Alle leerlingen die bij een toets gedaald zijn in score krijgen iedere dag tijdens de les extra begeleiding/instructie. Ook geldt dit voor de leerlingen die van bijv. een A naar een B CITO- score gegaan zijn.
  • Wij gaan uit van een evenwichtige ontwikkeling. Dit houdt ook in dat naast de verstandelijke (cognitieve) ontwikkeling ook veel aandacht besteed wordt aan de sociaal-emotionele vorming en aan de ontwikkeling van de creatieve mogelijkheden van het kind.
  • Op basis van de Cito toetsen , die twee keer per jaar gemaakt worden, maken de leerkrachten een groepsplan.
  • Wij willen zorgen voor een doorgaande lijn. De komende jaren zal dit een terugkerend onderwerp zijn op vergaderingen.
  • Wij leren leerlingen op een goede manier zelfstandig werken. Dit doen wij middels het stoplicht-model.
  • Wij geven les m.b.v. het directe instructiemodel.

Mocht de ontwikkeling van een leerling niet in balans zijn, dan beschikt de school over een zorgstructuur waarbinnen het kind, na overleg met de ouders, verder onderzocht kan worden. Indien nodig wordt er voor het kind een handelingsplan opgesteld. Dit wordt met de ouders besproken en zoveel mogelijk in de groep uitgevoerd.